Schriftlezing:

Spreuken 30: 1 – 14 (NBV)

Hier volgen de woorden van Agur, de zoon van Jake, dit zijn de uitspraken die hij heeft gedaan. Ik ben zo moe, mijn God, zo moe, ik kan niet meer. Ik ben dommer dan ieder ander, elk menselijk inzicht ontbreekt mij. Ik heb geen wijsheid opgedaan, van de Heilige weet ik niets. Wie is naar de hemel geklommen en weer afgedaald? Wie heeft de wind met zijn handen gevangen? Wie heeft het water in zijn mantel gebonden? Wie heeft de grenzen van de aarde bepaald? Noem mij zijn naam, en de naam van zijn zoon, als je die kent. Elk woord van God is getoetst, hij is een schild voor wie bij hem hun toevlucht zoeken. Voeg niets aan zijn woorden toe, anders straft hij je en blijk je een leugenaar. Twee dingen vraag ik u, gun ze me zolang ik leef: Houd me ver van leugen en bedrog. Maak me niet arm, maar ook niet rijk, voed me slechts met wat ik nodig heb. Want als ik rijk zou zijn, zou ik u wellicht verloochenen, zou ik kunnen zeggen: ‘Wie is de HEER?’ En als ik arm zou zijn, zou ik stelen en de naam van mijn God te schande maken. Spreek geen kwaad van een slaaf tegenover zijn meester, hij zou je vervloeken en je laten boeten. Er zijn mensen die hun vader vervloeken en hun moeder hun zegen onthouden. Er zijn mensen die denken zuiver te leven, maar vol vuiligheid zijn. Er zijn mensen met een hooghartige blik, met van die misprijzende ogen. Er zijn mensen met tanden als zwaarden en kaken als messen, die de armen op aarde verscheuren, de verschoppelingen onder de mensen verslinden.

Tekst voor de preek:

Spreuken 30:  1 – 6 (NBV)

Hier volgen de woorden van Agur, de zoon van Jake, dit zijn de uitspraken die hij heeft gedaan. Ik ben zo moe, mijn God, zo moe, ik kan niet meer. Ik ben dommer dan ieder ander, elk menselijk inzicht ontbreekt mij. Ik heb geen wijsheid opgedaan, van de Heilige weet ik niets. Wie is naar de hemel geklommen en weer afgedaald? Wie heeft de wind met zijn handen gevangen? Wie heeft het water in zijn mantel gebonden? Wie heeft de grenzen van de aarde bepaald? Noem mij zijn naam, en de naam van zijn zoon, als je die kent. Elk woord van God is getoetst, hij is een schild voor wie bij hem hun toevlucht zoeken. Voeg niets aan zijn woorden toe, anders straft hij je en blijk je een leugenaar.