Schriftlezing:

Psalmen 115: 1 – 18

Niet ons, HEER, niet ons, geef uw naam alle eer, om uw liefde, uw trouw. Waarom zeggen de volken: ‘Waar is die God van hen?’ Onze God is in de hemel, hij doet wat hem behaagt. Hun goden zijn van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden. Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken, ze hebben ogen, maar kunnen niet zien, ze hebben oren, maar kunnen niet horen, ze hebben een neus, maar kunnen niet ruiken. Hun handen kunnen niet tasten, hun voeten kunnen niet lopen, geen geluid komt uit hun keel. Zoals zij, zo worden ook hun makers, en ieder die op hen vertrouwt. Israël, vertrouw op de HEER – hun hulp is hij, hun schild – huis van Aäron, vertrouw op de HEER – hun hulp is hij, hun schild – wie de HEER vrezen, vertrouw op de HEER – hun hulp is hij, hun schild. De HEER gedenkt en zegent ons, zegenen zal hij het volk van Israël, zegenen het huis van Aäron, zegenen wie de HEER vrezen, van klein tot groot. Moge de HEER u talrijk maken, u en uw kinderen. Moge de HEER u zegenen, hij die hemel en aarde gemaakt heeft. De hemel is de hemel van de HEER, de aarde heeft hij aan de mensen gegeven. Niet de doden loven de HEER, niet wie zijn afgedaald in de stilte, wij zijn het, wij zegenen de HEER, van nu tot in eeuwigheid. Halleluja!(NBV)

Tekst voor de preek:

Psalmen 29: 1 – 11

Een psalm van David. Erken de HEER, o goden, erken de HEER, zijn macht en majesteit, erken de HEER, de majesteit van zijn naam, buig u voor de HEER in zijn heilige glorie. De stem van de HEER boven de wateren, de God vol majesteit doet de donder rollen, de HEER boven de wijde wateren, de stem van de HEER vol kracht, de stem van de HEER vol glorie. De stem van de HEER splijt ceders, de HEER splijt de ceders van de Libanon. Opspringen doet hij de Libanon als een kalf en de Sirjon als het jong van een wilde stier. De stem van de HEER ontbrandt in vurige vlammen, de stem van de HEER brengt de woestijn tot beven, beven doet de HEER de woestijn van Kades. De stem van de HEER doet de hinden kalven en de geiten hun jongen werpen. Majesteit! roept heel zijn paleis. De HEER heeft zijn troon boven de vloed, ten troon zit de HEER als koning voor eeuwig. De HEER zal macht aan zijn volk verlenen, de HEER zal zijn volk zegenen met vrede.(NBV)